Bonaire
Van de Witte Hel tot een Divers Paradise
Bonaire - van oerzee tot toeristeneiland
Bonaire en Curaçao liggen vlak naast elkaar, maar zijn toch totaal verschillend. Hun hoofdsteden laten dat goed zien:
Willemstad voelt als de hoofdstad van een klein land - wat Curaçao ook is - terwijl Kralendijk meer lijkt op een gemoedelijk dorpje.
De mensen zijn op beide eilanden vriendelijk en behulpzaam, maar het tempo van het leven ligt op Bonaire een stuk rustiger.
Ontstaan en natuur
Miljoenen jaren geleden ontstond Bonaire door een botsing van aardplaten.
Een deel van de zeebodem werd omhooggeduwd en veranderde langzaam in land.
Het eiland bestaat deels uit oud vulkanisch gesteente en deels uit kalksteen, gevormd uit koraal.
De eerste bewoners waren Zuid-Amerikaanse indianen, die leefden van vis en schelpdieren.
Later kwamen de Caiquetío-indianen, die zich vestigden op het eiland en met landbouw begonnen.
Spaanse tijd
In 1499 zette de Spanjaard Alonso de Ojeda als eerste Europeaan voet aan wal.
Omdat er geen goud of vruchtbare grond te vinden was, noemden de Spanjaarden Bonaire - net als de andere benedenwindse eilanden - "nutteloze eilanden".
De meeste indianen werden weggevoerd om op andere eilanden te werken.
Nederlandse tijd en koloniale rol
In 1568 brak de Tachtigjarige Oorlog uit tussen Spanje en de Nederlanden, ook op zee.
De Nederlanders besteedden de zeeslagen uit aan de West-Indische Compagnie (WIC).
Zout was een belangrijk product voor het bewaren van voedsel aan boord, en Curaçao bleek perfect:
het had zoutpannen, een natuurlijke haven, genoeg drinkwater en vlees. In 1634 veroverde Johan van Walbeeck het eiland op de Spanjaarden.
Uit angst voor een Spaanse tegenaanval bezette de WIC ook Aruba en Bonaire in 1636.
Op Bonaire werden zoutpannen ontdekt en het eiland werd ingericht als plantage.
Honderden tot slaaf gemaakte Afrikanen werkten onder zware omstandigheden, vooral in de zoutwinning.
Het werk was zo zwaar dat Bonaire de bijnaam "de Witte Hel" kreeg.
Slaven kregen pijnlijke wonden van het zout, werden blind door de zon en moesten de nachten doorbrengen in natte kleren onder de sterren.
Het gemiddelde leven van een slaaf was vier tot zeven jaar.
Na het faillissement van de WIC in 1791 kwam Bonaire onder beheer van de Nederlandse Staat, geleid door de Staten-Generaal. Plaatselijke gouverneurs zorgden voor het dagelijkse bestuur. In 1814 werd de slavenhandel verboden, maar slavernij zelf bleef bestaan. Kinderen van slavinnen werden automatisch als slaaf beschouwd, een praktijk die bekendstaat als "slavenfokkerij". In 1850 werden de zogenaamde Slavenhuisjes gebouwd om te laten zien dat de slaven goed werden behandeld. In werkelijkheid was dit een misleidende voorstelling. Uiteindelijk werd slavernij op Bonaire op 1 juli 1863 officieel afgeschaft. Veel voormalige slaven bleven op het eiland wonen en vormen de basis van de huidige Bonairiaanse gemeenschap.
Het witte goud van Bonaire
Zout bleef eeuwenlang het belangrijkste product van Bonaire.
In het zuiden liggen ondiepe zoutmeren waar het zeewater vanzelf verdampt in de zon.
Wat overblijft, is dikke zoutlaag. Tijdens de slaventijd gebeurde dit zware werk met de hand.
Tegenwoordig wordt het zout gewonnen door moderne machines van het Amerikaanse bedrijf Cargill, dat jaarlijks zo'n 400.000 ton produceert.
Het zout wordt onder andere gebruikt voor strooizout en waterontharders.
De roze zoutpannen en witte bergen zijn nu een bekend gezicht van Bonaire - een symbool van het verleden én van de veerkracht van het eiland.
Het Koninkrijk en het Statuut
In de 19e eeuw, tijdens de Napoleontische oorlogen, namen de Engelsen tijdelijk de Nederlandse koloniën over.
Na de Vrede van Londen in 1814 kwamen de kolonies weer terug bij Nederland.
In 1815 werd Nederland officieel een koninkrijk.
Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 kwamen nieuwe afspraken met de overgebleven koloniën, wat in 1954 leidde tot het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de oprichting van de Nederlandse Antillen.
In 1986 kreeg Aruba als eerste eiland een Status Aparte en werd een zelfstandig land binnen het Koninkrijk.
Later, in 2010, werden ook Curaçao en Sint Maarten autonome landen. Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden te klein bevonden om zelfstandig te functioneren en kregen een speciale status als bijzondere gemeenten van Nederland.
Toerisme en modern Bonaire
Tegenwoordig draait de economie van Bonaire vooral om toerisme. Duizenden mensen komen elk jaar om te genieten van rust, zon en natuur.
Bonaire staat bekend om zijn schitterende onderwaterwereld en wordt niet voor niets "Diver's Paradise" genoemd.
Wie duikt of snorkelt, komt terecht in een wereld vol kleurrijk koraal, tropische vissen en soms schildpadden.
Voor de kust ligt het kleine, onbewoonde eilandje Klein Bonaire, op nog geen kilometer van Kralendijk.
Het hoort bij een beschermd natuurgebied en is beroemd om zijn heldere water, witte stranden en mooie duikplekken.
Ook broeden er zeeschildpadden en vogels, waardoor het een belangrijke plek voor de natuur is.
Veel bezoekers maken er een dagtripje heen om helemaal tot rust te komen.
In het rustige noorden ligt Rincon, het oudste dorp van het eiland. Het dorp ligt beschut in een dal en was vroeger moeilijk vanaf zee te zien, waardoor het bescherming bood tegen piraten. Rincon ademt geschiedenis en tradities, met kleurrijke feesten en oude gebruiken. Het wordt ook wel het culturele hart van Bonaire genoemd. De hoofdstad Kralendijk is een gezellig stadje met vrolijk gekleurde gebouwen en een levendige boulevard. Samen met de ontspannen sfeer maakt dit Bonaire tot een plek waar het leven net even langzamer lijkt te gaan en waar iedereen kan genieten van zon, zee en geschiedenis.